Mentorboek
4 Thema’s en onderwerpen Onderwerpen Motivatie / doelen stellen Huiswerkplek Plannen Snellezen Mindmappen en andere leertechnieken Geheugen / concentratie Leren leren Inzicht / zelfkennis Zelfvertrouwen / zelfbeeld Communicatie / omgaan met anderen Studievaardigheden Sociale vaardigheden Persoonlijke ontwikkeling Hoofdthema’s De flexibele methode van Studielift123 bestaat uit 80 hoofdblokken in een doorlopende leerlijn en 80 keuzeblokken voor verdieping, afwisseling en variantie. Bij de lesblokken vind je i.v.t., middels onderstaande iconen, extra informatie. Op het Mentorportaal vind je een extra werkblad of informatie. Combineer dit lesblok met hoofdblok of keuzeblok. Dit lesblok is tevens onderdeel van het digitale LOB-dossier (mentorportaal).
5 Introductie Waarom ga jij naar school? Agendagebruik en afkortingen Hoe plan je huiswerk? Wat is mindmappen Huiswerkplek en concentratie Leerblok, weekindeling en tijdsplanning per vak I Leerblok, weekindeling en tijdsplanning per vak II Focuslezen en Sleutelwoorden markeren I Sleutelwoorden markeren II Cornell-schema Toetsplanner Aantekenmindmap Studiemindmap & leer- en mindmapkaartjes Bronnen uit schoolboeken benoemen Korte- en langetermijngeheugen Leerblok – pauze – herhaling, de wet van Jost FOCUSnotes - actief aantekeningen maken Huiswerk ‘toetsklaar’ zetten Breinschema Woordjes en begrippen leren De verschillende soorten huiswerk Woordweb Prioriteiten stellen Wie ben ik en wat kan ik al Van toetsplanner naar leerschema Leerschema toetsweek Leren leren evaluatie Loci-route Het boodschappenverhaal 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 Overzicht hoofdblokken Studielift123 Les Onderwerp Behandeld
6 Overzicht hoofdblokken Studielift123 Les Onderwerp Behandeld 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 Signaalwoorden herkennen Tekstschema Snellezen - introductie Snellezen met metronoom De kwaliteitenlijst Top 5 kwaliteiten Omdenken, van valkuil naar kwaliteit Tijdlijn Informatie zoeken op internet Vaardigheden inventariseren Aan welke vaardigheden ga ik werken? Leerfases van Maslow Conceptmap Van beperkende naar motiverende overtuigingen Mindset Invloed van denken op ons gevoel en gedrag Intrinsieke en extrinsieke motivatie Mindset versus motivatie Projectmindmap Redactiesommen en rekenkundige signaalwoorden Inzicht in jezelf - school en huiswerk Bronnen uit schoolboeken lezen en verwerken Oefening compliment geven en open vraag stellen Wat heb ik geleerd tijdens de mentorlessen? Verzamelmindmap over jezelf
7 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 Leren over leren, zelfanalyse toets maken Reflecteren op eigen leergedrag Leertechnieken per vak Stroomschema SWOT-analyse SMARTIE leerdoelen stellen vanuit SWOT Leren van successen en fouten De ideale leermix Persoonlijk leerplan Hoe maak ik een toets met open vragen? Meerkeuzevragen maken De cirkel van invloed en betrokkenheid Van klacht naar kracht Taxonomie van Bloom Samengevat, en dan? Effectief leren: planning-uitvoering-evaluatie Wees een OEN Laat OMA thuis Gebruik LSD Smeer NIVEA Neem ANNA mee Infographic Feedback geven en ontvangen Spreken voor de klas Positieve feedback van klas I Overzicht hoofdblokken Studielift123 Les Onderwerp Behandeld
8 In dit blok geeft de mentor uitleg over de opbouw van studielift123. Hij geeft aan welke onderwerpen er allemaal behandeld gaan worden. Na de uitleg mogen de leerlingen in tweetallen drie tot vijf blokken in hun werkboek aankruisen die zij het meest belangrijk, leuk of interessant vinden, waarna de klas samen met de mentor de verschillende onderwerpen bespreekt (zie werkblad hiernaast). • Welk onderwerp vind je het belangrijkst en waarom? • Waar denk je het meest van te leren of aan te hebben en waarom? • Waar denk je het minst van te leren of aan te hebben en waarom? Tips mentor • Benoem de verschillen in voorkeuren. • Onderstreep het belang van de verschillende vaardigheden als onderdeel van een geheel. • Geef aan dat alle leerlingen te allen tijde vragen mogen stellen over alle onderwerpen. Motivatie / doelen stellen Huiswerkplek Plannen Snellezen Mindmappen en andere leertechnieken Geheugen / concentratie Leren leren Inzicht / zelfkennis Zelfvertrouwen / zelfbeeld Communicatie / omgaan met anderen 1 Lesblok 30 minuten Onderwerp Inzicht / zelfkennis Boek Totaal Werkblad 1 - pagina 6 Werkvorm Klassikaal, samenwerken in tweetallen Ruimte voor eigen aantekeningen Introductie
9 Onderwerp Inzicht / zelfkennis Boek Totaal Introductie WB Geef in onderstaande tabel drie tot vijf onderwerpen aan die jij belangrijk of leuk vindt om te behandelen/ leren. Schrijf bij de toelichting waarom je dit leuk en/of belangrijk vindt. Motivatie / doelen stellen Huiswerkplek Plannen Snellezen Mindmappen en andere leertechnieken Geheugen / concentratie Leren leren Inzicht / zelfkennis Zelfvertrouwen / zelfbeeld Communicatie / omgaan met anderen Onderwerp Prio Toelichting Schrijf hieronder op van welk onderwerp je veel verwacht te leren en van welk onderwerp je weinig verwacht te leren. Omdat: Omdat Ik verwacht veel te leren van: Ik verwacht weinig te leren van: 1
10 Waarom ga jij naar school? Mentorportaal: extra werkblad Lesblok 30 minuten Onderwerp Motivatie / doelen stellen Boek Hoofdstuk 1, pagina 6-12 Werkblad 2 - pagina 7 Werkvorm In groepjes van 3-4 leerlingen, daarna individueel In deze les bespreekt de mentor: • Waarom ga je naar school? Wat wil je met school bereiken? • Wat vind je leuk aan school? Wat heb je nodig om school (nog) leuker te gaan vinden? • Wat vind je niet leuk aan school? Hoe kun je dit oplossen? Laat de leerlingen in groepjes antwoorden bedenken op onderstaande vragen en dit uitwerken in hun werkboek. • Wat is motivatie? • Hoe kun je jezelf motiveren? • Hoe kun je iemand anders motiveren? Laat de leerlingen vervolgens, ieder voor zich, de volgende zinnen in het werkboek afmaken: • Ik ga naar school omdat… • Het leuke aan school vind ik… • Wat ik niet leuk vind aan school is… • Wat ik daar zelf aan kan veranderen is… Vervolgens gaan de leerlingen aan de slag met doelen stellen. Leg aan de hand van pagina 8-12 uit het theorieboek uit, waarom doelen stellen belangrijk is, en hoe je deze SMART kunt stellen. Doelen stellen • Wat is een doel? • Waarom is doelen stellen belangrijk? • Wat voor soort doelen kun je stellen? - persoonlijke doelen - leerdoelen - kortetermijndoelen - langetermijndoelen Bespreek met je leerlingen het verschil tussen een slecht omschreven doel en een SMART doel, zoals bijvoorbeeld: • X volgende toetsweek wil ik betere cijfers halen. • V volgende toetsweek wil ik voor alle toetsen minimaal een 6 halen, zodat ik overga. Daarna gaan de leerlingen individueel werkblad 2 invullen. Bespreek dit eind van de les na. 2
11 Waarom ga jij naar school? WB Onderwerp Motivatie / doelen stellen Boek Hoofdstuk 1, pagina 6-12 Bespreek in groepjes van 3-4 personen de onderstaande vragen. Schrijf daarna de antwoorden op. Wat is motivatie? Hoe kun je jezelf motiveren? Hoe kun je iemand anders motiveren? Maak nu zelf de onderstaande zinnen af Ik ga naar school omdat: Het leuke aan school vind ik: Wat ik niet leuk vind aan school is: Wat ik daar zelf aan kan veranderen is: Doelen met actieplan Maak de zinnen af met: heb ik…., wil ik….., ga ik……, ben ik…., enzovoort. Dit jaar: Deze maand: Deze week: 2
19 Huiswerkplek en concentratie Combineer met: keuzeblok 40 6 Lesblok 30 minuten Onderwerp Huiswerkplek Boek Hoofdstuk 2, pagina 16-20 Werkblad 6 - pagina 15-17 Werkvorm Beurten verdelen, rondje door de klas Aan de hand van hoofdstuk 2 uit het boek wordt gekeken naar het effect van de huiswerkplek op de concentratie van de leerlingen. Laat leerlingen een schets maken van hun hele kamer van bovenaf en een schets van de bovenkant van hun bureau. Hier krijgen ze maximaal 15 minuten voor, dus het gaat om een globale schets. • Neem nu samen hoofdstuk 2 uit het boek door. Hierin staan tips over hoe de huiswerkplek beter ingericht kan worden en hoe je ervoor kunt zorgen dat je altijd je spullen compleet hebt. • Ook het bewaren van samenvattingen, leerkaartjes, e.d. is van belang. Laat de leerlingen meteen een eigen opbergsysteem aanleggen met stapelbakjes en een ordner met tabbladen en insteekhoezen. Op de volgende werkbladen gaan zij aanvinken welke spullen zij allemaal nodig (denken te) hebben voor school, bespreek ook de materialenlijst die vanuit jullie eigen school wordt aangeraden. Tot slot gaan leerlingen in tweetallen bespreken en opschrijven wat voor hen de ideale schooltas, inrichting locker en een eventuele studie-box is. • Schooltas, wat moet er per dag in kunnen, kun je hem goed meenemen op de fiets en dragen als hij zwaar is? • Locker of kluisje, wat blijft op school en wat gaat elke dag mee naar huis? Zorg voor een vakindeling en een magnetisch whiteboard om aan de binnenkant van de lockerdeur te plakken voor belangrijke brieven en notities. • Mobiele studie-box, afhankelijk van waar je huiswerk maakt en of je bijvoorbeeld direct uit school doorgaat naar die plek, kun je een huiswerketui of -tas maken. ‘Woon’ je op twee adressen? Maak dan een mobiele studie-box. Neem een vaste kunststof box met deksel of een kunststof gereedschapskist die altijd gevuld is met de juiste spullen. Uit het werkboek van de leerlingen, werkblad 1 van 3: Maak een schets van jouw kamer en eentje van de bovenkant van je bureau. Mijn kamer Mijn bureau
20 Huiswerkplek en concentratie WB 6 Onderwerp Huiswerkplek Boek Hoofdstuk 2, pagina 16-20 Kruis hieronder aan welke spullen jij allemaal denkt te gaan gebruiken voor school en kijk thuis wat je al hebt en wat je nog wilt kopen. Op de volgende pagina ga je opschrijven hoe jouw ideale schooltas, locker en mobiele studie-box eruit zien. Een mobiele studie-box is handig als je op meerdere plekken huiswerk maakt, bijvoorbeeld als je ouders niet meer bij elkaar wonen, of als je regelmatig bij iemand anders huiswerk maakt. Spullen die ik nodig heb om mijn huiswerkplek netjes en georganiseerd in te richten: A4 / A5 schriften met lijntjes A4 / A5 schriften met ruitjes Collegeblok- schrijfblok met gaatjes Grote ringband met tabbladen Schooltas Etui Insteekhoezen voor mindmaps Mindmapblok - A3-papier Mindmapstiften Whiteboard en markers Magneten Rekenmachine (schooleis?) Mobiele studie-box Snelhechtermapjes Post-its Pennen in meerdere kleuren Potloden Kleurpotloden Puntenslijper Passer Geodriehoek Nietmachine Perforator Gum / correctievloeistof Liniaal Plakband / lijm Schaar Vierkleurenpen Fluormarkers
22 Leerblok, weekindeling en tijdsplanning per vak I Lesblok 30 minuten Onderwerp Plannen Boek Hoofdstuk 3, pagina 24-28 Werkblad 7 - pagina 18-19 Werkvorm Klassikale uitleg, daarna individueel aan het werk Huiswerk bijhouden In lesblok 7, 8 en 12 bespreken we de eerste 4 stappen van het 5-stappenplan voor een effectieve planning. Stap 5 wordt in lesblok 26 behandeld. Geef aan dat de leerlingen m.b.v. een 4-kleurenpen goed onderscheid qua huiswerk kunnen maken in hun agenda, bijvoorbeeld: > Proefwerk/Toets = PW/T = rode pen of roze marker > Schriftelijke overhoring = SO = groene pen of groene marker > Maakwerk = MW = blauwe pen of blauwe marker > Leerwerk = LW = zwarte pen of gele marker STAP 1: Bepaal je leerblok, pagina 24 boek Bij de eerste stap om goed te leren plannen gaan de leerlingen hun leerblok bepalen. Bespreek met hen: Hoe lang kun jij je concentreren? Jouw concentratietijd noemen we vanaf nu jouw ‘leerblok’. Een leerblok duurt minimaal 20 minuten en maximaal 45 minuten. Dit leerblok gebruiken wij tijdens het maken van huiswerk en voor het maken van een goede planning. STAP 2: Weekindeling, pagina 25 boek Laat de leerlingen de weekindeling invullen, tijdens de les of thuis voor een volgend lesblok. STAP 3: Tijdsplanning per vak, pagina 27 boek Je kunt pas iets plannen als je weet hoe lang je over verschillende soorten en vakken huiswerk doet. Daarvoor houden de leerlingen de komende twee weken hun huiswerk bij in hun werkboek. schooltijden huiswerktijd extra leertijd vrije tijd/hobby pauze/eten/reistijd privé afspraken Maandag Dinsdag Donderdag Vrijdag Zaterdag Zondag 08:00 08:30 09:00 09:30 10:00 Woensdag Bij blok 8 zie je een voorbeeld van de tijdsplanning per vak uit het werkboek Uit het werkboek van de leerlingen: 7
28 Cornell-schema 11 Mentorportaal: extra werkblad Lesblok 30 minuten Onderwerp Mindmappen en andere leertechnieken Boek Hoofdstuk 5, pagina 60-61 Werkblad 11 - pagina 23 Werkvorm Individuele opdracht De Cornell-methode is een slimme manier om aantekeningen te maken. Het helpt heel goed bij het voorbereiden op een toets, maar zorgt er ook voor dat je de leerstof zelf beter begrijpt. Voor de meer analytisch ingestelde leerlingen die mindmappen niet prettig vinden, is dit een mooi alternatief. Het is een meer systematische manier om je notities te organiseren. Deze methode is al heel oud (jaren 50 vorige eeuw) en ontwikkeld door Walter Pauk op de Universiteit van Cornell (USA). Je kunt aantekeningen maken tijdens lessen, instructies, video’s e.d., maar ook als je de stof uit je leer- en werkboek aan het verwerken bent. Je verdeeld een stuk papier in onderdelen met verschillende eigenschappen. Een groot vak voor notities en kleinere vakken voor sleutelwoorden en begrippen en tenslotte een vak voor een korte samenvatting. Door deze methode worden op een slimme manier hoofd- en bijzaken van elkaar gescheiden. Belangrijke sleutelwoorden, namen en begrippen komen overzichtelijk bij elkaar te staan. Hoe werkt de methode? Verdeel je papier zoals op de afbeelding op pagina 61 van het theorieboek te zien is en in het werkboek. 1. Onderwerpveld Schrijf in het bovenste veld het vak, het onderwerp en de datum. 2. Kolom met aantekeningen • Maak zo kort mogelijke notities. • Gebruik afkortingen. • Laat ruimte tussen de verschillende aantekeningen en punten (overzichtelijker). • Noteer vragen die in je opkomen, dingen die je niet begrijpt. • Verwacht niet tijdens een les van alles notities te kunnen maken, dat kun je niet bijhouden, je hebt altijd nog je boeken. • Zowel tijdens als na het volgen van de les vul je de sleutelwoorden in de linkerkolom in. 3. Kolom met kernwoorden • Noteer de sleutelwoorden. • Noteer de belangrijkste punten kort en krachtig. • Noteer belangrijke namen, plaatsen e.d. • Noteer data. • Noteer belangrijke begrippen. het vervolg van dit lesblok vind je op de volgende pagina
29 4. Samenvatting Je kunt hierin de volgende vraag beantwoorden: Wat zou je iemand vertellen om dit onderwerp duidelijk te maken? Hierin gebruik je de sleutelwoorden en belangrijkste punten. Doe dit binnen 24 uur nadat je de les hebt gehad, dan zit alles nog fris in je hoofd. Een toets leren met de aantekeningen Je kunt voor het leren van een toets deze methode gebruiken of, als je de aantekeningen al gemaakt hebt tijdens de les, ze gebruiken om alles nog eens door te nemen en te herhalen. Kijk goed naar de voorbeelden uit de rechterkolom, dek deze helft af en kijk of je alle sleutelwoorden snapt en weet waar ze naar verwijzen. Om de lesstof te herhalen, bedek je de rechterkolom met de meest gedetailleerde aantekeningen. Stel jezelf vragen uit de linkerkolom of haal het verhaal bij de trefwoorden weer boven. De samenvatting onderaan de pagina helpt bij het organiseren van je aantekeningen – hier staat waar je aantekeningen precies over gingen. Instructie: laat de leerlingen komende week tijdens de vaklessen aantekeningen maken volgens de Cornell-methode en geef aan dat je hier de volgende les op terug komt, dus dat de leerlingen de aantekeningen mee moeten nemen. 11 Vak: Onderwerp: Datum: Kernwoorden: Aantekeningen: Hierboven zie je een verkleind voorbeeld van het Cornell-schema uit het werkboek. Extra schema’s om te printen vind je op het mentorportaal. Ruimte voor eigen aantekeningen
50 Lesblok 30 minuten Onderwerp Mindmappen en andere leertechnieken Boek Hoofdstuk 5 – pagina 70-71 Werkblad Geen, deel A3-papier uit Werkvorm In tweetallen een brainstormwoordweb over sport maken Woordweb 23 De mentor legt aan de hand van hoofdstuk 5, pagina 70 en 71 uit: • Wat is een woordweb? • Waar kun je een woordweb voor gebruiken/over maken? • Hoe maak je een woordweb? Wat is het verschil tussen een woordweb en een mindmap? Een woordweb is geschikt om voorkennis te activeren of om te gebruiken bij het brainstormen over een onderwerp, werkstuk of project. Als samenvatting is een woordweb minder geschikt dan een mindmap omdat je bij een woordweb geen verbanden legt tussen de verschillende onderwerpen (paragrafen) en je gebruikt geen pictogrammen of symbolen, wat het helpen onthouden van een woordweb lastiger maakt dan het onthouden van een mindmap. Een woordweb is wel goed te gebruiken als opstap naar een mindmap, om de theorie uit het lesboek te ordenen en structureren. Een hulpmiddel of alternatief voor het direct op papier maken van een woordweb is het gebruiken van leerkaartjes en mindmapkaartjes. Gebruik per onderdeel een kleur en schrijf per kaartje één woord op. Sorteer de kaartjes vervolgens op een tafel of flipovervel in de vorm van een woordweb. Het voordeel van deze manier is dat je de kaartjes kunt verschuiven totdat het woordweb klopt. Hierna maak je er een foto van of zet je hem over op papier. Laat leerlingen nu in tweetallen een woordweb over een sport/hobby maken. Alternatief: laat leerlingen een woordweb maken over het aankomende nieuwe hoofdstuk van het vak waarin je als mentor les geeft om voorkennis te activeren. Bespreek deze klassikaal na, zodat elke leerling met dezelfde voorkennis aan dit nieuwe hoofdstuk gaat starten. Mist Orkaan Windkracht Zon Graden Celsius Temperatuur Neerslag Wind Luchtdruk Regen Hagel Sneeuw Regenboog HET WEER Seizoenen Thermometer Hoog Dampkring Laag Lente Zomer Winter Herfst Richting Zwaartekracht Meten Barometer Regen
71 Lesblok 30 minuten Onderwerp Communicatie / omgaan met anderen Boek - Werkblad 37 - pagina 42 Werkvorm Groepsopdracht Omdenken, van valkuil naar kwaliteit 37 In voorgaande twee lesblokken hebben de leerlingen naar elkaars en hun eigen positieve kwaliteiten gekeken. Er zijn uiteraard ook negatieve kwaliteiten, wij noemen dit doorgeschoten kwaliteiten. Positieve en doorgeschoten kwaliteiten zijn niet altijd even duidelijk uit elkaar te houden. Als je doorschiet (overdrijft) in je positieve kwaliteit, dan loop je het risico in een valkuil terecht te komen, en dan wordt jouw positieve kwaliteit ineens als negatief gezien (kernkwadranten, zie mentorportaal). Andersom werkt het ook, aan elke doorgeschoten kwaliteit hangt een positieve kant (kwaliteit). Laat elke leerling aan de hand van de lijst met doorgeschoten kwaliteiten of valkuilen in hun werkboek er drie kiezen die het best bij hem of haar passen. Deel de klas in groepjes van 4-5 leerlingen en laat ze met elkaar bespreken hoe ieder zijn of haar doorgeschoten kwaliteiten zou kunnen ombuigen naar een positieve kwaliteit. De andere leerlingen helpen de leerling met de doorgeschoten kwaliteit door middel van complimenten geven waardoor de leerling zijn of haar doorgeschoten kwaliteit uiteindelijk om kan bouwen naar een positieve kwaliteit. Ruimte voor eigen aantekeningen Doorgeschoten kwaliteit Positieve kant Tegenovergestelde kwaliteit Perfectionistisch Betrouwbaar en verantwoordelijk Chaotisch Angstig Alert en behoedzaam Dapper Onzelfstandig Samenwerken en delen Zelfstandig Onderdeel LOB-dossier Mentorportaal: meer informatie
72 Omdenken, van valkuil naar kwaliteit Onderwerp Communicatie / omgaan met anderen Boek - 37 Aarzelend Afwachtend Afwezig Agressief Angstig Bazig Brutaal Chaotisch Dwars Egoïstisch Fanatiek Geen geheim kunnen bewaren Gemeen Gesloten Hebberig Het niet alleen kunnen Jaloers Je niet aan regels houden Jezelf beter vinden dan een ander Kan slecht luisteren Kritisch Lui Meegaand Mijn valkuil Niet tegen kritiek kunnen Niet voor jezelf opkomen Oneerlijk Ongeduldig Onhandig Ontevreden Onzeker Onzelfstandig Opschepperig Overbezorgd Perfectionistisch Saai Slordig Snel afgeleid zijn Snel boos worden Stil Streng Te snel beslissingen nemen Teveel aan jezelf denken Teveel praten Traag Vaak van mening veranderen Verlegen Mijn valkuil Kies uit onderstaande lijst drie valkuilen (doorgeschoten kwaliteiten) die bij jou passen. Ga vervolgens in een groepje met elkaar bespreken hoe je deze valkuilen kunt ombuigen naar kwaliteiten. Doe dit door elkaar complimenten te geven over de valkuilen. Bijvoorbeeld: ‘ik vind jouw kritische manier van kijken prima als ik daar iets van kan leren’. WB
77 Lesblok 30 minuten Onderwerp Inzicht / zelfkennis Boek Hoofdstuk 8, pagina 126-130 Werkblad 40 - pagina 45 Werkvorm Individuele opdracht, nabespreken in tweetallen Vaardigheden inventariseren 40 In deze les gaan leerlingen kijken naar welke vaardigheden zij op dit moment beheersen, en welke zij nog extra zouden willen leren. Zij bespreken vervolgens de vaardigheden in tweetallen en helpen elkaar waar nodig. Uit het werkboek van de leerlingen: Bekijk onderstaande lijst met vaardigheden. Zet een vinkje in de groene kolom voor de vaardigheden die jij al beheerst. Zet een vinkje in de oranje kolom voor de vaardigheden als jij deze nog niet hebt, maar wel graag zou willen hebben. Aanspreken Advies geven Afspraken nakomen Afwegen Anderen motiveren Archiveren Beoordelen Beslissen Calculeren (berekenen) Computervaardig Delegeren Doelgericht Energiek, veel aankunnen Feedback geven Goed je werk kunnen indelen Handig met klussen Improviseren Interviewen Inventariseren Inzet tonen / je best doen Mindmappen Muziekinstrument bespelen Nieuwe ideeën bedenken Observeren Ondervragen Zou ik willen Heb ik Onderzoeken Ontdekken Onthouden Ontwerpen Overleggen Plannen Precies en netjes werken Presenteren Rangschikken Regelen Repareren Ruzie oplossen Samenvatten Schilderen Schrijven Snellezen Spreken voor een groep Tekenen Typen Uitleggen Uitvinden Verkopen Vertalen Voorlichten Zingen Zou ik willen Heb ik Onderdeel LOB-dossier
91 Lesblok 30 minuten Onderwerp Mindmappen en andere leertechnieken Boek Hoofdstuk 3, pagina 34 en hoofdstuk 7, pagina 104-106 Werkblad 49 - pagina 52 Werkvorm Werken en overleggen in tweetallen Projectmindmap 49 Bespreek met de klas of er binnenkort voor een vak een werkstuk of spreekbeurt voorbereid moet worden. Laat leerlingen in tweetallen met behulp van onderstaande mindmap een mindmap maken over een werkstuk of spreekbeurt, inclusief stappenplan, planning, inhoud en volgorde van het werkstuk / de spreekbeurt. Uit het werkboek van de leerlingen: Maak in tweetallen met behulp van onderstaande mindmap een mindmap over een werkstuk of spreekbeurt, welke je binnenkort moet voorbereiden. In de mindmap zet je in ieder geval: • Stappenplan. • Planning. • Inhoud. • Volgorde. • Presentatiemateriaal en – middelen.
129 Lesblok 30 minuten Onderwerp Communicatie / omgaan met anderen Boek - Werkblad 72 - pagina 78 Werkvorm Interview in tweetallen Wees een OEN 72 De komende vijf blokken staan in het teken van effectief communiceren. Hoe leer je op een prettige en respectabele manier met elkaar praten, zodat je beide een goed gevoel aan het gesprek overhoudt? Dit bereik je als jullie allebei (of meerdere personen) voldoende tijd en aandacht krijgen tijdens het gesprek om je mening en ideeën te kunnen delen, zonder dat iemand daar vervelend op reageert. Uit het werkboek van de leerlingen: Maak je niet DIK > Denk In Kwaliteiten Met maak je niet Dik wordt bedoeld dat je moet Denken In Kwaliteiten. Vaak geven mensen alleen aandacht aan de dingen die niet goed gaan of negatieve eigenschappen van een ander, maar probeer juist ook aandacht te geven aan de dingen die wel goed gaan of aan de kwaliteiten van anderen. #1 Wees een OEN Met wees een OEN wordt bedoeld dat je in een gesprek Open, Eerlijk en Nieuwsgierig moet zijn. Sta open voor een andere mening, wees eerlijk in wat je er zelf van vindt en wees nieuwsgierig naar de motivatie van de ander. Open betekent dat je de ander de ruimte geeft om te zeggen wat hij of zij wil en ook accepteert wat er wordt gezegd. Eerlijk: als je moeite hebt met de manier waarop het gesprek gaat, dan creëer je openheid door dit te zeggen. Dit gaat vaak meer over de toon van het gesprek, de manier waarop iets wordt gezegd, dan de inhoud van wat er wordt gezegd. Vraag door vanuit nieuwsgierigheid en belangstelling, dan klinkt het niet alsof je iets afkeurt. Vraag door vanuit de wens om meer te weten te komen, niet omdat je vindt dat de ander zich moet verantwoorden voor wat hij of zij zegt. Extra informatie voor de mentor: Laat de leerlingen elkaar in tweetallen interviewen over een hobby of vakantie. Degene die geïnterviewd wordt mag wat dingen overdrijven, zodat het moeilijker voor de ander wordt om een OEN te zijn. Wissel na een paar minuten van rol. Bespreek na afloop hoe het is gegaan en wat er opviel tijdens het bewust bezig zijn met open, eerlijk en nieuwsgierig interviewen. Wat viel er mee en bleek vrij makkelijk te zijn en wat vonden ze juist moeilijk? Dit ging goed met OEN: Dit vond ik lastig met OEN:
Keuzeblokken studielift123 Onderwerpen Motivatie / doelen stellen Huiswerkplek Plannen Snellezen Mindmappen en andere leertechnieken Geheugen / concentratie Leren leren Inzicht / zelfkennis Zelfvertrouwen / zelfbeeld Communicatie / omgaan met anderen
140 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 Les Onderwerp Open vragen stellen Compliment / positieve feedback Positief met elkaar omgaan Hoe voelt het als? Pesten is niet cool Omgaan met ruzie Als je ruzie hebt, hoe los je dat dan op? Een vriend heb je alleen door er zelf een te zijn Wie zou je graag als vriend willen hebben en waarom? Ben jij een volger of een leider? Welke rol speelt mijn omgeving in mijn leven? Kwaliteiten delen De IK-boodschap Samenwerken, hoe doe je dat? Welk doel wil je dit jaar bereiken? Simpele sommen maken Creatief denken - cirkeloefening Strooptest - breinoefening Hoeveel (recht)hoeken zie je? Hoeveel driehoeken zie je? IQ-oefeningen I IQ-oefeningen II IQ-oefeningen III Wat betekent ‘populair’ zijn? Waar krijg ik energie van? Ontspannen door inspannen - mindfulness I Oefening stil zitten - mindfulness II In rust brainstormen - mindfulness III Waar word ik blij van? – mindfulness IV Wat bewonder je het meest in je buurman/vrouw? Overzicht keuzeblokken Studielift123 Behandeld
141 Overzicht keuzeblokken Studielift123 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 Bedenk een symbool voor jezelf Wat heb je nodig om te kunnen leren? (leervoorwaarden) Hoe maak ik nu mijn huiswerk? (leerstijlen) Waarom leer je? (leermotieven) Ken je eigenschappen Concentratie, inzicht en oplossingen Welke vaardigheden heb je nodig voor een toetsweek? Wat heb jij geleerd van een klasgenoot? Beperkende overtuigingen Focus en concentratie - oefening multitasken Omdenken, is jouw glas half vol of half leeg? Van welke fout van een ander heb jij iets geleerd? Wat heeft mij gemaakt tot wie ik ben? Wie ben ik? Wie goed doet, goed ontmoet Wat vind ik belangrijk in het leven? Wanneer kun jij jezelf zijn? Waarin ben jij een doorzetter? Verantwoordelijkheid nemen Sta jij open voor ontwikkeling en groei? Denken in mogelijkheden Waar heb jij spijt van? Terugkijken naar de brugklas Leerflow Wat is het moeilijkste dat je ooit gedaan hebt? Les Onderwerp Behandeld
142 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 Groepsvorming Bij de groep (willen) horen Aantekeningen maken Samenvatting maken Afwisselen soorten huiswerk Evalueren toetsweek Bronnen: grafieken, afbeeldingen en tabellen Overhoren met de kubustest De zes kleurenhoeden van De Bono Ezelsbruggetjes Acroniemen Rebus Visualiseer je leerwerk De kern uit een tekst halen in 150 tekens Zes stappen op weg naar succesvol leren Pictogrammen bedenken in snel tempo I Pictogrammen bedenken in snel tempo II Mindmappen over hobby of sport Mindmap ‘als ik de wereld kon veranderen, dan zou ik…’ Brainstorm mindmap beroep kiezen Woordzoeker - snellezen Hoe voelt het als anderen over je praten? Opkomen voor jezelf, hoe doe je dat? Opkomen voor iets, hoe doe je dat? De kwaliteiten van onze klas Overzicht keuzeblokken Studielift123 Les Onderwerp Behandeld
144 Onderwerp Communicatie / omgaan met anderen Boek - Werkblad Geen Compliment / positieve feedback Deel de klas op in groepjes en probeer daarbij de leerlingen zoveel mogelijk te mengen, zodat reeds bestaande groepjes binnen de klas niet bij elkaar zitten. Laat elke leerling iets positiefs van een leerling uit het groepje benoemen, dus een compliment in de vorm van positieve feedback. De feedback begint met het woord ‘ik’ om de spreker dicht bij zichzelf te laten blijven. Noem een aantal voorbeelden: • Ik vind het heel knap van jou dat je altijd precies weet wat het huiswerk is; jij let vast heel goed op in de klas. • Ik vind het stoer van jou dat je een aparte, eigen kledingstijl hebt; dat straalt zelfvertrouwen uit. • Ik vind het knap dat jij 4x per week traint voor jouw sport; jij hebt veel discipline. • Enzovoort. Loop tijdens de oefening de klas rond en zorg ervoor dat iedereen ook echt iets positiefs van elke medeleerling in het groepje benoemt, daarbij de desbetreffende persoon aankijkend. Ruimte voor eigen aantekeningen 2
146 Hoe voelt het als? Onderwerp Communicatie / omgaan met anderen Boek - Werkblad 4 - pagina 87 Keuzeblok 4 t/m 7 gaan over omgaan met ruzie. In dit blok bespreekt de mentor een aantal vragen met de klas of in groepjes van 4-5 leerlingen. Bespreek onderstaande vragen om het gesprek over het onderwerp ‘pesten’ op gang te brengen. • Hoe voelt het als anderen over je praten? (kun je een voorbeeld noemen?) • Hoe voelt het als jouw vriend of vriendin gepest wordt en jij kijkt toe? • Wat zou je willen doen als jouw vriend of vriendin wordt gepest? • Doe jij mee met de groep als er over een klasgenoot geroddeld wordt? Wanneer valt iets onder ‘pesten’ en wanneer is het ‘gewoon een geintje’? Uit deze vraag zal blijken dat de grens tussen pesten en een geintje niet bij elke leerling gelijk ligt. Bij de ene leerling zal zijn of haar grens eerder bereikt zijn dan bij de andere leerling. Het is belangrijk dat klasgenoten dit van elkaar inzien en begrijpen. Laat leerlingen een aantal zaken benoemen die al dan niet onder ‘pesten’ vallen. Laat ze dit ook opschrijven in hun werkboek. Maak afspraken welke gedragingen onder pesten vallen en de leerlingen dus NIET meer doen, en welk gedrag wel acceptabel is en de leerlingen dus wel mogen laten zien. Hierbij zullen compromissen gesloten moeten worden om de leerlingen zoveel mogelijk op één lijn te krijgen. Laat hen deze afspraken in hun werkboek noteren. Ruimte voor eigen aantekeningen 4
147 Onderwerp Communicatie / omgaan met anderen Boek - Hoe voelt het als? WB 4 Pesten Geintje Afspraken met de klas: dit is wat we NIET meer doen: Dit is wat we WEL doen:
166 Creatief denken - cirkeloefening Onderwerp Geheugen / concentratie Boek - Werkblad 17 - pagina 98 17 Uit het werkboek van de leerlingen: Maak in twee minuten van zoveel mogelijk cirkels objecten, zoals bijvoorbeeld een voetbal.
173 Onderwerp Inzicht / zelfkennis Boek - Werkblad Geen Wat betekent ‘populair’ zijn? Ruimte voor eigen aantekeningen Laat de leerlingen in een grote kring met stoelen zitten en ga met ze in gesprek over het onderwerp populariteit, de volgende vragen kun je daarbij inzetten: • Wat is populair zijn? • Wanneer ben je populair? • Waarom zou je populair willen zijn? • Wie is er in deze klas populair en waarom? • Is er een verschil tussen populair zijn en je populair voelen? • Wat heb jij nog nodig om je populair te voelen? • Is populair zijn belangrijker dan het hebben van één of een paar echte vrienden? 24
202 Onderwerp Inzicht / zelfkennis Boek - Werkblad 49 - pagina 123 Verantwoordelijkheid nemen Theorie: Als je gevoel voor verantwoordelijkheid hebt, ben je je ervan bewust welke taken en plichten je hebt. In je werk krijg je later veel te maken met verantwoordelijkheden richting collega’s, personeel, klanten en het bedrijf waarvoor je werkt. Ook op school en bij vervolgopleidingen is verantwoordelijkheid heel belangrijk. Het lijkt op zelfstandigheid maar het is toch anders. Verantwoordelijkheid houdt in dat je een belangrijke taak op je neemt en ervoor zorgt dat deze taak goed wordt uitgevoerd. Als dat dan niet lukt, kunnen anderen jou daarop aanspreken. Zo ben je bijvoorbeeld zelf verantwoordelijk voor je huiswerk. Als je niets aan je huiswerk doet en je haalt slechte cijfers, dan heb je dat aan jezelf te danken. Als je echter voldoende tijd en aandacht aan je huiswerk besteedt, hulp vraagt waar nodig, en er voor jezelf alles aan doet, dan heb je je verantwoordelijkheid genomen, ook al vallen de cijfers tegen. Hoe neem je nu de verantwoordelijkheid over iets? 1. Stel een doel. 2. Bepaal wat je allemaal gaat doen om dat doel te halen, maak een plan. 3. Hou je aan je plan en check of je alle stappen doorloopt om je doel te behalen. Het is niet altijd even gemakkelijk om te bepalen wie waar verantwoordelijk voor is. Je bent bijvoorbeeld verantwoordelijk voor jouw eigen spullen, zoals je eigen schrift. Je zorgt dat je huiswerk netjes in je schrift staat en compleet is. Daarvoor moet je je huiswerk maken en nakijken. Je bent dus verantwoordelijk voor het maken en nakijken van het huiswerk. Verantwoordelijkheid nemen voor iets betekent ook dat je in staat bent om je fouten te herstellen. Hiermee neem je verantwoordelijkheid voor iets dat je hebt gezegd of gedaan. Toegeven dat je fout bent geweest, excuses aanbieden en iets goed maken of recht zetten is misschien wel de moeilijkste vorm van verantwoordelijkheid nemen, maar ook één van de belangrijkste vormen. Het is dus niet altijd duidelijk wie waar precies verantwoordelijk voor is. Het is wel belangrijk om erover na te denken. Waar wil jij verantwoordelijk voor zijn? Wat is belangrijk voor jou? Opdracht: Laat de leerlingen in groepjes van vier elkaar toelichten wat verantwoordelijkheid voor hen betekent en waar ze zelf de verantwoordelijkheid voor nemen. De vragen die het gesprek kunnen ondersteunen zijn: • Vind je zelf dat je verantwoordelijk bent? Zo ja, waarin? • Vind je dat je zelf verantwoordelijk bent voor je schoolresultaten? • Welke verantwoordelijkheden heb jij thuis? (bijvoorbeeld hond uitlaten, vaatwasser uitruimen, enz.) • Waar zou je liever geen verantwoordelijkheid over hebben? • Waar zou je meer verantwoordelijkheid over willen hebben? Bespreek na afloop klassikaal wat opgevallen is binnen de verschillende groepen. Onderdeel LOB-dossier 49
203 Verantwoordelijkheid nemen Onderwerp Inzicht / zelfkennis Boek - Iedereen is volledig verantwoordelijk voor zijn of haar keuzes. Wanneer vind jij het moeilijk om verantwoordelijkheid voor jouw keuze te nemen? Bespreek met elkaar wat verantwoordelijkheid voor jullie betekent. Vul de vragen hieronder voor jezelf in. Wat betekent verantwoordelijkheid voor jou? Wanneer vind jij het moeilijk om de verantwoordelijkheid te nemen? Waar ben je trots op dat je de verantwoordelijkheid hebt genomen? Waar zou je meer verantwoordelijkheid voor willen nemen of krijgen? WB 49
221 Onderwerp Leren leren Boek - Werkblad 64 - pagina 135 De zes kleurenhoeden van De Bono Uit het werkboek van de leerlingen: Leren doe je vaak op dezelfde manier. Dit betekent dat je ook bijna altijd op dezelfde manier naar een stuk tekst kijkt. Soms loop je daardoor vast op je leerwerk en zie je niet meer goed wat je moet zien, of kun je de kern of de sleutelwoorden niet goed vinden. Met de methode van de kleurige denkhoeden (van psycholoog Edward de Bono) leer je op verschillende manieren naar eenzelfde stuk tekst te kijken. Je kijkt als het ware vanuit verschillende gezichtsvelden. De Bono bedacht hier zes verschillende kleuren hoeden voor waar hij de volgende rollen aan verbond: 1. Blauwe hoed staat voor het proces binnen de tekst. Het overzicht houden door te kijken naar vaste structuren en werkwijze. Je doet als het ware een stap achteruit en bekijkt het geheel van begin tot het eind. 2. Witte hoed staat voor het neutraal kijken naar de tekst. Je gaat puur op zoek naar feitelijke informatie, cijfers en aantoonbare zaken. 3. Rode hoed staat voor het gevoel, de emoties. Wat voor gevoel geeft de inhoud van de tekst jou? Wat zegt jouw intu¨ıtie? Wat zie je voor je als je het probeert in te beelden? 4. Groene hoed staat voor de bedenker, die met vernieuwende ideeën komt. Je zoekt op een creatieve manier naar alternatieven. 5. Zwarte hoed staat voor pessimist die naar negatieve gevolgen kijkt, oordeelt en vooral de nadelen van dingen ziet. Je kijkt op een kritische manier of je ergens rekening mee moet houden. 6. Gele hoed staat voor de optimist die juist naar de positieve gevolgen kijkt. Kijkend naar de voordelen zoekt de gele hoed naar nieuwe kansen en mogelijkheden. Met behulp van de zes hoeden kun je de opbouw en inhoud van een tekst beter begrijpen en onthouden. Ook kun je beter verschil zien tussen goed en fout, waar en onwaar, feit en mening. Je kunt deze techniek toepassen voordat je een tekst leest, dus kijk wat je al weet over het onderwerp vanuit de zes hoeden. Ook kun je het inzetten tijdens het lezen om de verbanden en structuren te ontdekken en je mindmap indeling op te zetten. Opdracht: Bekijk nu in tweetallen een paragraaf uit een leerboek met de methode van de gekleurde denkhoeden en schrijf dit op in het schrift van dat vak. 64
233 Onderwerp Mindmappen en andere leertechnieken Boek - Werkblad Geen, deel A3-papier uit Brainstorm mindmap beroep kiezen In dit keuzeblok gaan leerlingen in 15 minuten een brainstormmindmap (uitgaande mindmap) maken over een beroep kiezen. Als hulpmiddel kan de mentor onderstaande mindmap op het digibord laten zien, deze is te vinden op het mentorportaal. Ruimte voor eigen aantekeningen Mentorportaal: meer informatie 75
236 Hoe voelt het als anderen over jou praten Onderwerp Zelfvertrouwen / zelfbeeld Boek - Werkblad Geen We kennen allemaal het gevoel dat je krijgt als je denkt dat anderen over jou praten terwijl jij in de buurt bent. Of dat je op een groepje afloopt en het gesprek stil valt als jij erbij komt staan. Wat gebeurt er dan met je? Pak het 5G-model uit lesblok 46 ‘Invloed van denken op ons gevoel en gedrag’ erbij en bespreek een aantal mogelijke gedachten met de daarbij behorende gevoelens, gedragingen en gevolgen. Laat bijvoorbeeld drie leerlingen hun eerste gedachte benoemen en werk het schema klassikaal uit. Voorbeeld situatie A (negatief gevolg) Leerling denkt Ze hebben het over mij, ze gaan iets leuks doen met elkaar en ik mag niet mee doen. Gevoel Ik voel me buiten de groep gegooid, door mijn vrienden in de steek gelaten. Gedrag Ik draai me om en loop boos en teleurgesteld weg. Gevolg Vrienden zijn verbaasd en denken dat hun vriend niet met hen wil meedoen. Conclusie: de gedachte klopte niet bij wat de vrienden dachten, en nu denken zij juist dat je niet met hen mee wilt doen, je bereikt dus met je gedrag het tegenovergestelde resultaat van wat je zou willen. Voorbeeld B (positief gevolg) Leerling denkt Hé, zij zijn iets leuks aan het afspreken, eens kijken of ik ook mee kan doen. Gevoel Ik voel me fijn omdat ik een vriendengroep heb om leuke dingen mee te doen. Gedrag Ik sluit vrolijk aan bij de groep en vraag naar de plannen. Gevolg Mijn vrienden delen de plannen en we spreken met z’n allen iets leuks af. Conclusie: als ik vrolijk met een goed gevoel op mijn vrienden afstap, blijkt dat ik er echt bij hoor en dat het echt mijn vrienden zijn. 77
239 Onderwerp Zelfvertrouwen / zelfbeeld Boek - Werkblad Geen De kwaliteiten van onze klas In dit keuzeblok gaan leerlingen goede eigenschappen en kwaliteiten van elkaar benoemen. Elke leerling schrijft zijn/haar naam op een vel papier en tekent daaronder de omtrek van zijn/haar handen. • De tekeningen worden doorgegeven en in één van de vingers schrijft de volgende leerling een goede eigenschap van de persoon in kwestie. Bijvoorbeeld: ‘Sophie is lief voor de anderen.’ Daarna worden de tekeningen opnieuw doorgegeven. • Als elke vinger ingevuld is (of tweemaal ingevuld, indien de tijd het toelaat), wordt de tekening teruggegeven aan de persoon wiens naam bovenaan staat. • Geef iedereen de gelegenheid om te bekijken wat er in zijn/haar hand geschreven staat. Bespreek klassikaal de volgende vragen: • Hoe voelt het om goede dingen over jezelf te lezen? • Hoe voelt het om iets positiefs op te schrijven over iemand anders? • Klopt het beeld dat je van jezelf hebt met het beeld dat de anderen van je schetsen? • Zijn er verrassende dingen opgeschreven? • Heeft er iemand graag nog wat meer uitleg bij wat er geschreven staat? • Vond iemand het moeilijk om positieve dingen van klasgenoten te benoemen? Variant • Ieder schrijft een goede eigenschap van zijn/haar linkerbuur op een briefje. • Al de briefjes worden verzameld in een pot of zakje en door elkaar geschud. • Iemand mag een briefje uit de pot trekken en de eigenschap voorlezen. Aan wie denk je dat deze goede eigenschap wordt toegeschreven en waarom? • Als degene die het briefje trok de juiste persoon niet kan raden, mogen de andere leerlingen helpen zoeken en argumenteren tot ze de juiste eigenaar gevonden hebben. Deze mag op zijn beurt een nieuw briefje trekken en het proberen bij de juiste persoon te brengen. 80
D ‘Meer inzicht, beter resultaat’ www.studielift.nl
studielift123.nlRkJQdWJsaXNoZXIy Mjc3MDc=