Studielift123 | Theorieboek | VMBO

Theorieboek vmbo

3 Voorwoord 4 Hoofdstuk 1 Motivatie, doelen & prioriteiten stellen 5 Hoofdstuk 2 Je huiswerkplek 13 Hoofdstuk 3 Effectief plannen in 5 stappen 17 Hoofdstuk 4 Snellezen 27 Hoofdstuk 5 Mindmappen en andere leertechnieken 35 Hoofdstuk 6 De werking van je brein 61 Hoofdstuk 7 Leren leren 69 Hoofdstuk 8 Zelfinzicht 89 Hoofdstuk 9 Het belang van zelfvertrouwen 107 INHOUDSOPGAVE

4 VOORWOORD Kan huiswerk leuk zijn? Het antwoord is simpel: ja, huiswerk kan leuker zijn dan dat jij het nu waarschijnlijk vindt. Denk maar eens aan een vak dat je leuk vindt. Je bent hier vast ook goed in. Vaak vind je de vakken waar je goed in bent leuk en de vakken waar je slecht in bent niet leuk. Door te leren plannen en leren wordt je steeds beter in het maken van huiswerk en dus wordt dat ook steeds leuker (oké dan, minder vervelend). De lessen uit Studielift123 helpen jou te ontdekken hoe jij het makkelijkst en snelst leert met goede resultaten. Weet dat jij voor jezelf leert en voor niemand anders. Jij bent dus ook zelf verantwoordelijk voor jouw resultaten op school. Haal uit dit boek wat voor jou een verbetering op school kan betekenen, sta open voor nieuwe dingen. Probeer eens iets anders uit, zoals bijvoorbeeld het maken van een mindmap, wie weet hoeveel makkelijk je gaat leren. Onze handige planners kun je altijd extra downloaden via de qr-code en via het Leerlingportaal, waar nog veel meer werkbladen en leertips te vinden zijn. Ik wens je veel leerplezier en leersucces met dit boek en de bijbehorende lessen. Annemieke Groeneveld Studielift *Overal waar in het boek gesproken wordt over ‘hij’ kan uiteraard ook ‘zij’ worden gelezen.

5 HOOFDSTUK 1 MOTIVATIE, DOELEN & PRIORITEITEN STELLEN In dit hoofdstuk: Motivatie Doelen stellen (SMART) Prioriteiten stellen

8 Motivatie geeft je de energie om aan de slag te gaan. Maar energie alleen is niet genoeg. Je hebt ook richting nodig: een doel waar je naartoe werkt. Doelen stellen Stel je voor dat je op de fiets stapt zonder te weten waar je heen gaat. Je trapt wel, maar je komt nergens uit. Zo werkt het voor school ook als je geen doelen stelt. Een doel geeft richting en maakt duidelijk waar je je energie op richt. Voor de een is dat overgaan naar de volgende klas, voor de ander is dat het halen van een diploma, zodat je een opleiding kunt kiezen, die je graag wilt volgen. Een goed gesteld doel helpt je niet alleen om keuzes te maken, maar ook om je gedachten te sturen. Als je weet waar je voor werkt, voel je meer controle en kun je er zelfs blij van worden. Je merkt dat je vooruitkomt en dat geeft een positief gevoel. ‘Dit jaar wil ik beter mijn best doen’. Klinkt goed, maar wat bedoel je precies? Een makkelijke methode om goede doelen te stellen is SMART. Een SMART-doel is concreet: je weet precies wat je gaat doen, wanneer je dat doet en hoe je weet of het gelukt is. SMART staat voor: Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden. Een SMART-doel geeft duidelijkheid, waardoor jij precies weet wanneer je wat gaat doen om je doel te halen. Dat geeft rust en overzicht.

9 Met de volgende vijf stappen maak je je doelen SMART: Specifieke doelen stellen Omschrijf je doel zo duidelijk mogelijk. Wat wil je precies bereiken? Wanneer moet het gebeuren? Waarom wil je dit doel halen? Voorbeeld: ‘Volgende toetsweek wil ik betere cijfers halen’ is niet duidelijk genoeg. Het zegt niet welke cijfers of hoeveel beter. Beter: ‘Volgende toetsweek wil ik voor alle vakken minimaal een 6 halen.’ Meetbare doelen stellen Hoe zie je of je doel gelukt is. Wat ga je allemaal doen? Hoe meet je dat? Wanneer weet je dat het af is? Voorbeeld: ‘Op mijn volgende rapport wil ik voor alle vakken minimaal een 6 hebben staan.’ Acceptabele doelen stellen Een doel moet voor jou belangrijk genoeg zijn om er echt voor te gaan. Het moet positief geformuleerd zijn en je uitnodigen om actie te ondernemen. Voorbeeld: ‘Ik begin drie weken voor mijn toetsweek met plannen en leren.’ Realistische doelen stellen Een doel moet haalbaar zijn. Het mag uitdagend zijn, maar niet onmogelijk. Grote doelen kun je opdelen in kleinere stappen. Voorbeeld: in plaats van ‘Ik lees dit hele boek in één uur’ kun je zeggen: ‘Ik lees het komende halfuur dertig pagina’s.’ Tijdgebonden doelen stellen Geef je doel een duidelijke einddatum en tijd. Wanneer begin je? Wanneer ben je klaar? Voorbeeld: ‘Ik lever mijn werkstuk volgende week donderdag het derde uur bij mijn docent in.’

11 Prioriteiten stellen Als je een doel hebt, wil je daar ook echt naartoe werken. Maar je hebt niet voor alles evenveel tijd en energie. Daarom moet je keuzes maken in wat jou helpt om je doel te halen en wat niet. Dit noemen we prioriteiten stellen. Als je dat niet doet, ben je vaak druk met dingen die eigenlijk niet zo belangrijk zijn. Je voelt je opgejaagd, terwijl je niet dichter bij je doel komt. Door prioriteiten te stellen houd je overzicht en werk je rustiger. Stress ontstaat meestal niet door wat je doet, maar door wat je laat liggen of steeds uitstelt. Een handig hulpmiddel om overzicht te krijgen is het Eisenhower- of prioriteitenkwadrant. Deze zie je hieronder en verdeelt al je taken en activiteiten in 4 kwadranten (blokken). BELANGRIJK NIET BELANGRIJK DRINGEND Kwadrant III Niet belangrijk, wel dringend Kwadrant IV Niet belangrijk en niet dringend Kwadrant II Belangrijk, niet dringend Kwadrant I Belangrijk én dringend NIET DRINGEND Voorbeelden: → Planning maken. → Werkstuk over een week inleveren. → Sport en hobby. Voorbeelden: → Mailtjes en appjes. → Sociale druk. → Onderbrekingen door telefoon of personen. Voorbeelden: → Tiktok, Snapchat, enz. → Kletspraatjes. → Uitstelgedrag (eerst nog...). Voorbeelden: → Morgen werkstuk inleveren. → Morgen proefwerk! → Spoedklus.

13 13 HOOFDSTUK 2 JE HUISWERKPLEK In dit hoofdstuk: Chaos op je bureau = chaos in je hoofd Focus en concentratie Een opgeruimde huiswerkplek

14 Chaos op je bureau = chaos in je hoofd Iedereen raakt weleens afgeleid. Je mobiel ligt naast je, je laptop staat open, er liggen overal spullen. En ondertussen probeer je te leren voor een toets. Geen wonder dat het lastig is om je te focussen. Wist jij dat je hersenen ongeveer zeven minuten nodig hebben om je echt goed te kunnen concentreren? En elke keer dat je wordt afgeleid, begint die tijd opnieuw. Dus als je tijdens een uur huiswerk maken zes keer naar je telefoon kijkt, ben je bijna drie kwartier bezig met ‘opnieuw focussen’. Je denkt dat je hard hebt gewerkt, maar misschien was je maar twintig minuten echt goed geconcentreerd. Soms voelt het alsof je goed hebt geleerd, maar krijg je toch een onvoldoende. Dat is meestal niet omdat je niet genoeg geleerd hebt, maar omdat je hoofd geen rust kreeg om echt te leren. Een rommelige werkplek vol afleiding zorgt ervoor dat je dingen minder goed onthoudt. Als je kort en geconcentreerd leert, heb je daarna juist meer tijd over voor leuke dingen. KORTER EN GECONCENTREERDER LEREN = MEER TIJD VOOR VRIENDEN EN LEUKE DINGEN In hoofdstuk 1 hebben we besproken dat motivatie en doelen stellen helpen om aan de slag te gaan. Maar er is nog iets dat belangrijk is en dat is de plek waar jij jouw huiswerk maakt. Als je je goed kunt concentreren, leer je sneller en blijft wat je leert beter hangen. Een rustige, overzichtelijke huiswerkplek helpt daarbij. In dit hoofdstuk ontdek je hoe jij jouw ideale huiswerkplek inricht.

NL EN WI EC GS DU MO 17 HOOFDSTUK 3 EFFECTIEF PLANNEN IN 5 STAPPEN In dit hoofdstuk: De basis: een slimme agenda die echt werkt Huiswerk slim opschrijven Stap 1 - Jouw ideale leerblok Stap 2 - Weekindeling Stap 3 - Tijdsplanning per vak Stap 4 - Toetsplanner Stap 5 - Leerschema Werkstuk, spreekbeurt of grote opdrachten plannen

19 Huiswerk slim opschrijven Een planagenda heeft ruimte voor je huiswerk en voor je planning. Je kunt er in aangeven wanneer je welk soort huiswerk plant, deze geef je meteen een eigen kleur, zoals bijvoorbeeld: Bijvoorbeeld: Proefwerk/Toets = PW/T = rode pen of roze marker Schriftelijke overhoring = SO = groene pen of groene marker Maakwerk = MW = blauwe pen of blauwe marker Leerwerk = LW = zwarte pen of gele marker Zo’n planagenda geeft rust. Je hoeft het allemaal niet meer in je hoofd te onthouden, je ziet het gewoon op papier staan. Je leert zelf keuzes maken. Wat moet eerst? Wat kan later? En het mooie is, als je met een planagenda werkt, kun je ook heel makkelijk aan de slag met de vijf stappen van het goed leren plannen. Die leer je in de mentorlessen. Met de juiste agenda wordt al je huiswerk overzichtelijk en haalbaar. Gebruik dus allebei, je digitale omgeving om te zien wat je moet doen en je agenda om de regie te krijgen over wanneer je jouw huiswerk doet. Je denkt misschien: ‘Ik onthoud het wel.’, maar als je vijf of meer vakken hebt, is de kans groot dat je iets vergeet. Dus: schrijf je huiswerk meteen op, zodra je het krijgt. In de les, van het bord, als de docent het zegt, of meteen als je thuis komt vanuit je online leeromgeving. Tip: neem een vast moment in de week om verder te kijken dan de week waar je in werkt zodat die ene toets nooit meer opeens in je online omgeving staat. Zorg ervoor dat je je agenda altijd goed bijhoudt, want vanuit je agenda ga je je huiswerk verder plannen in weekschema’s als je veel toetsen hebt. Dan gaan we nu aan de slag met het 5-stappenplan voor een goede planning.

21 school extra leertijd pauze/eten/reistijd huiswerk sport/hobby privé afspraak Tijd Ma Di Wo Do Vrij Za Zo 07:00 07:30 08:00 08:30 09:00 09:30 10:00 10:30 11:00 11:30 12:00 12:30 13:00 13:30 14:00 14:30 15:00 15:30 16:00 16:30 17:00 17:30 18:00 18:30 19:00 19:30 20:00 20:30 21:00 21:30 22:00 Kleur onderstaande weekindeling in om overzicht te krijgen in jouw tijdsbesteding.

23 Stap 4 - Toetsplanner Je weet nu hoeveel tijd je hebt en hoeveel tijd je nodig hebt voor al je huiswerk. Tijd om een echte planning te maken voor de toetsweek! Toetsweken worden meestal ruim van tevoren aangekondigd. Plan daarom drie tot vier weken van tevoren wanneer je begint. Gebruik de toetsplanner uit je werkboek of download hem via het Leerlingportaal. In de toetsplanner schrijf je per vak op: Wat je moet leren, dus de hoeveelheid pagina’s, opgaven, enzovoort. Wat je ervoor moet doen (bijvoorbeeld: lezen, samenvatten, oefenen). Hoeveel leerblokken je daarvoor nodig hebt. Plan liever ruim dan krap. Als je extra tijd overhoudt, kun je herhalen. Krappe planningen zorgen vaak voor stress. Voorbeeld toets aardrijkskunde over hoofdstuk 1. DATUM TOETS: 25 feb Totale tijd of het totaal aantal blokken: 9 VAK: Aardrijkskunde KLEUR: Tijd of blokken Datum Wat ga je doen? 1 blok 4 x 1 blok 1 blok 1 blok 1 blok 1 blok 17 feb 18+19 feb 20 feb 21 feb 22 feb 24 feb Voorbereiden: Scannen, post-it tabs, opzet mindmap Lezen/mindmap: hoofdstuk 1 Mindmap aanvullen, aantekenmindmap en werkboek Kaartjes maken van definities en begrippen Alles herhalen Alles herhalen Op de volgende pagina vind je een overzichtelijke mindmap met alle stappen van het plannen! Op pagina 26 vind je de laatste stap, stap 5 van het stappenplan plannen.

27 HOOFDSTUK 4 SNELLEZEN In dit hoofdstuk: Wat is snellezen? Een korte geschiedenis van snellezen Waarom lezen we normaal zo langzaam? Hoe kun je leren snellezen? Aan de slag met focuslezen Aan de slag met snellezen Waar of niet waar?

28 Snellezen: eerst focussen, dan versnellen Lezen voor school kan best een uitdaging zijn. Je begint aan een tekst, maar na een paar regels ben je je focus al weer kwijt. Je hebt wel gelezen, maar weet niet meer wát je hebt gelezen. Dat is frustrerend en zonde van je tijd. Gelukkig kun je leren om slimmer te lezen. In dit hoofdstuk leer je snellezen. Dat betekent niet dat je meteen razendsnel door je boek vliegt. Nee, je begint met focuslezen, dat is leren lezen met aandacht. Je gebruikt daarbij een pointer, bijvoorbeeld een dunne, zwarte pen, om je ogen te geleiden. Dat helpt je om geconcentreerd te blijven en beter te onthouden wat je leest. Pas als je goed kunt focussen, ga je oefenen met sneller lezen. Sommige leerlingen leren zo twee tot drie keer sneller lezen. En wat blijkt? Ze onthouden het ook beter. Hoe dat werkt, ontdek je in dit hoofdstuk.

35 HOOFDSTUK 5 MINDMAPPEN EN ANDERE LEERTECHNIEKEN In dit hoofdstuk: Aantekeningen maken Aantekenmindmap Cornell-schema FOCUSnotes Actief verwerken en verbanden leggen De kracht van kleur en pictogrammen Vergelijking samenvatting – mindmap Mindmap Breinschema Tekstschema Woordweb Tijdlijn Conceptmap Infographic

36 Zo maak je leren makkelijker Veel leerlingen denken dat een samenvatting maken betekent, dat je de tekst inkort of belangrijke zinnen overschrijft. Dan ben je echter vooral bezig met overschrijven, niet met leren. Een goede samenvatting dwingt je om zelf na te denken over wat belangrijk is en wat de hoofd- en bijzaken zijn. Daarom werken we in dit hoofdstuk met technieken die jou helpen om de stof echt te begrijpen. Zo wordt leren actiever, leuker en effectiever. In dit hoofdstuk maken we verschil tussen aantekentechnieken en samenvattechnieken. Beide technieken zijn handig, maar ze helpen je op een andere manier. Aantekentechnieken gebruik je tijdens de les om snel en overzichtelijk op te schrijven wat belangrijk is. Samenvattechnieken gebruik je thuis om leerstof te verwerken en beter te onthouden voor een toets. Je leert dan de kern uit de tekst te halen en verbanden te leggen. Elke techniek activeert je brein op een andere manier. Sommige spreken vooral je visuele brein aan (met kleuren en plaatjes), andere juist je analytische brein (door logisch te ordenen). Door met verschillende technieken te oefenen, ontdek je wat voor jou het beste werkt.

38 Cornell-schema Het Cornell-schema is een slimme manier om hoofd- en bijzaken goed te ordenen. Deze techniek is lang geleden ontwikkelt op de universiteit van Cornell in Amerika en wordt nog steeds wereldwijd heel veel gebruikt. Het Cornell-schema heeft 3 vlakken: Bovenaan: ONDERWERPVELD Schrijf in het bovenste vlak het vak, het onderwerp en de datum. Linkerkolom: KERN – VRAAG – HOOFDGEDACHTE – tijdens of na de les → Noteer de sleutelwoorden. → Noteer belangrijke namen, plaatsen, enzovoort. → Noteer belangrijke data. → Noteer belangrijke begrippen. Rechterkolom: AANTEKENINGEN – tijdens de les → Maak zo kort mogelijke notities, gebruik afkortingen. → Laat ruimte tussen de verschillende aantekeningen en punten, zodat je overzicht houdt en altijd later dingen toe kunt voegen. → Noteer vragen die in je opkomen, dingen die je niet begrijpt. Onderaan: SAMENVATTING – na de les Schrijf in een paar regels een samenvatting van je schema, gebruik hierbij de sleutelwoorden en de begrippen. Doe dit het liefst binnen 24 uur, dan zit alles nog fris in je hoofd.

40 FOCUSnotes De FOCUSnotes is een aantekentechniek, die is bedacht door Studielift©. Door met de FOCUS-notes aantekeningen te maken, ben je tijdens de les al te bezig met leren voor een toets. Deze techniek lijkt op de Cornell-methode, maar is net iets uitgebreider en visueler. Hoe vul je de FOCUSnotes in: Vak linksboven: KERNWOORDEN Hier schrijf je de belangrijkste begrippen en sleutelwoorden van de les. Dit zijn de woorden die je tijdens de uitleg vaak hoort terugkomen Vak linksonder: AANTEKENINGEN Hier is ruimte voor aantekeningen, de extra informatie over de belangrijke begrippen en vragen die je over de lesstof hebt. Vak rechtsboven: VOORBEREIDING ‘TOETSKLARE’ SAMENVATTING Rechts bovenin begin je aan het einde van de les alvast met het maken van een breinschematak of mindmaptak. Vak middenonder: PICTOGRAMMEN In het middelste vak onderaan teken je pictogrammen bij de belangrijkste begrippen. Een plaatje helpt je om later de betekenis sneller terug te halen. Vak rechtsonder: TOETSVRAGEN Rechts onderin noteer je alvast mogelijke toetsvragen: → kennisvragen (wat is…), → inzichtvragen (waarom is…), → toepassingsvragen (hoe werkt…).

48 Mindmap Een van de bekendste samenvattechnieken is de mindmap. Het is de enige techniek die je zowel voor aantekeningen als voor samenvattingen kunt gebruiken. Mindmappen is ontwikkeld door Tony Buzan, die ook bekend werd door zijn boeken over snellezen. In een mindmap combineer je de kracht van kleur, pictogrammen en sleutelwoorden met de natuurlijke manier waarop je brein werkt, vanuit een centraal punt, in meerdere richtingen tegelijk. Waarom werkt een mindmap zo goed? Je combineert beeld en taal, waardoor je beter onthoudt. Je leert actiever en dat maakt het leuker. Je kunt de mindmap letterlijk voor je zien tijdens een toets. Ook kun je snel verbanden zien tussen onderdelen. Je ziet de structuur van een hoofdstuk in één oogopslag. De 10 stappen voor een goede mindmap: 1. Neem een leeg A3-vel en schrijf het centrale onderwerp in het midden. Trek vanuit het midden per § of onderdeel dikke takken naar buiten. 2. Teken met de klok mee, begin rond 1 uur en werk naar 12 uur toe. 3. Gebruik voor iedere hoofdtak een andere kleur. 4. Gebruik sleutelwoorden, geen zinnen. 5. Werk van binnen naar buiten, van hoofdzaken naar bijzaken. 6. Voeg pictogrammen of tekeningen toe aan de takken. 7. Teken stippellijntjes tussen takken die die met elkaar te maken hebben. 8. Koppel leerkaartjes in dezelfde kleur aan de takken. 9. Neem de tijd om een mindmap te maken. Hoe meer tijd je aan je mindmap besteedt hoe beter je de lesstof onthoudt. 10. Herhaal je mindmap en kaartjes regelmatig.

60 Infographic Een infographic is een soort tekening of poster waarop je informatie laat zien over een onderwerp. Je gebruikt plaatjes, pijlen, blokken en korte teksten om iets uit te leggen. Zo wordt de informatie duidelijker én leuker om naar te kijken. Je ziet infographics bijvoorbeeld bij een metrokaart, waar je kunt zien waar stations, restaurants of leuke plekken zijn. Je kunt zelf ook een infographic maken, bijvoorbeeld voor een werkstuk of presentatie. Een infographic maak je op de computer of tablet, hier zijn verschillende gratis sites voor, zoals bijvoorbeeld Canva.com. Hoe maak je een infographic? Een goede infographic maken kost best wat tijd, maar het is ook heel leuk om te doen. Volg deze stappen: → Kies het onderwerp → Wat wil je vertellen? → Bepaal hoe groot je infographic wordt. Als je hem wilt kunnen uitprinten, maak hem dan op A4-formaat. → Houd het overzichtelijk en zet niet teveel informatie in je infographic. Maak het overzichtelijk. Gebruik niet te veel tekst en hou het rustig. Zorg dat de kleuren en plaatjes goed bij elkaar passen en alles duidelijk is. Snapt iemand anders wat jij bedoelt? Staat alles wat belangrijk is erop? Hierboven zie je een voorbeeld van een infographic over netwerken. Op het internet kun je veel voorbeelden en ideeën vinden om zelf een mooie infographic te maken.

61 HOOFDSTUK 6 DE WERKING VAN JE BREIN In dit hoofdstuk: Help je brein een handje Van snel vergeten naar echt onthouden Even pauze? Slim! Herhalen = blijvend onthouden 10 geheugentips die echt werken De Loci-route, slim en snel informatie onthouden 80 Ah! De slag bij nieuwpoort in 1600!

64 Je hersenen herkennen en herinneren iets sneller als het sterk verbonden is met je: zintuigen: ogen, oren, tastzin, gevoel; hobby’s : leuke dingen onthoud je makkelijker; emoties: iets waar je heel erg blij, boos of verdrietig van wordt, of iets waar je hevig van schrikt, onthoud je vaak heel goed. Even pauze? Slim! Als je aan het leren bent, wil je misschien liever alles in één keer afmaken. Maar wist je dat je brein juist beter werkt als je af en toe stopt? Je brein heeft tijd nodig om informatie goed op te slaan. Daarom is pauze nemen geen tijdsverspilling. Het helpt je juist om beter te onthouden wat je hebt geleerd. In de grafiek hieronder zie je het effect van korte pauzes. 75% 50% 25% ½ uur 1 uur 1½ uur Percentage dat je onthoudt Leert ijd

69 HOOFDSTUK 7 LEREN LEREN In dit hoofdstuk: Theorie leren voor een toets Slim leren begint in de les Samenvatten, zo verwerk je de lesstof het best Mindmap boekverslag maken Mindmap werkstuk maken Woordjes en begrippen leren Leren van je fouten en successen De denkvaardigheden van Bloom Overhoren met de kubustest l’ecole?

71 Theorie leren voor een toets Soms hoef je alleen maar begrippen of jaartallen te leren, maar een andere keer moet je alles goed begrijpen en uitleggen. Niet alles is altijd even interessant, maar als je het slim aanpakt, kost het minder tijd en onthoud je het beter. Begin met een korte verkenning Voordat je echt begint met lezen of leren, kijk je eerst even rond in het hoofdstuk. Wat zie je aan plaatjes, grafieken, tabellen of opvallende kopjes? Wat herken je al? Door alvast te ‘voorspellen’ waar de tekst over gaat, bereid je je hersenen voor. Net zoals je bij een film eerst de trailer kijkt. Werk met je eigen systeem Bij het leren helpt het om een slim systeem te gebruiken, bijvoorbeeld werken met post-its in verschillende kleuren: → geel voor belangrijke plaatjes of schema’s, → groen voor de kern, → oranje voor voorbeelden. Je kunt ook markeerstiften gebruiken of kort, in je eigen woorden, naast de tekst iets opschrijven. Doe wat voor jou werkt, als je het maar snel kunt terugvinden. Leg alles klaar Zorg dat je leert aan een opgeruimd bureau, met alleen de spullen erop die je nodig hebt, zoals een pen, potlood, stiften, papier, je pointer, leerkaartjes en je planagenda. Lees de tips over het inrichten van je huiswerkplek nog een keer door op pagina 15 en 16.

72 Slim leren begint in de les Je denkt misschien leren, dat doe je thuis. Maar in hoofdstuk 5 heb je ontdekt dat leren al in de klas begint. Als je goed oplet en aantekeningen maakt, scheelt dat thuis een hoop werk. Je hoeft niet alles opnieuw uit te zoeken, want je hebt de belangrijkste dingen van die les al opgeschreven. Waarom aantekeningen maken slim is Tijdens de les krijg je meer dan alleen wat er in je boek staat. De docent legt dingen uit, geeft voorbeelden en benoemt wat belangrijk is voor de toets. Als je dat meteen opschrijft, ben je jezelf aan het helpen. Je begrijpt de stof beter en je onthoudt het makkelijker. Je hersenen leren namelijk beter als je actief meedoet. Alleen luisteren is niet genoeg. Door te schrijven, nadenken en samenvatten, maak je al een begin met leren. En dat scheelt tijd. Echt! Papier werkt beter dan je laptop Misschien typ je liever mee op je laptop, maar onderzoek laat zien dat schrijven met de hand veel beter werkt voor je geheugen. Schrijven is trager, maar daardoor onthoud je juist meer. Je maakt bewustere keuzes over wat je opschrijft. Je hebt dan ook minder afleiding van apps of tabbladen. Pak daarom pen en papier. Denk mee. Schrijf slim, dan begin je met leren op het moment dat de uitleg start. En dat merk je later op je toets en in je hoofd.

82 Woordjes en begrippen leren Als je moeilijke woorden of begrippen moet leren, kun je natuurlijk gewoon de lijst in je boek of op je laptop in je hoofd proberen te stampen. Maar je brein werkt slimmer dan dat. Door je visuele en analytische brein samen te gebruiken, wordt leren niet alleen makkelijker, maar ook leuker. Een handige manier om dit te doen is met leerkaartjes. Op elk kaartje zet je één begrip of woord op de voorkant en de betekenis of vertaling op de achterkant. Door met verschillende kleuren te werken, gebruik je meteen ook jouw visuele brein. Zet bijvoorbeeld mannelijke woorden op blauwe kaartjes, vrouwelijke woorden op roze en onzijdige op gele. De kleuren helpen je later om sneller te herinneren of iets der, die of das is, zonder dat je er nog over hoeft na te denken. Je kunt de kaartjes ook gebruiken voor andere vakken. Denk aan begrippen, jaartallen of formules bij wiskunde of economie. Door een kleine tekening of pictogram op het kaartje te erbij te zetten, maak je het nog makkelijker voor je brein om het op te slaan. Het fijne van losse kaartjes is dat je zelf kunt kiezen welke je vaker wilt herhalen. Je kunt ook de volgorde steeds veranderen, zodat je niet altijd begint met de eerste twintig woorden (die je dan beter kent dan de rest). Je kunt aparte stapeltjes maken van wat je al weet en wat nog lastig is. En natuurlijk train je telkens in kleine sets van zeven kaartjes, precies zoals je brein het prettigst leert. der Mann die Frau das Land

89 HOOFDSTUK 8 ZELFINZICHT In dit hoofdstuk: Kwaliteiten en vaardigheden Leerfases van Maslow Mindset Je gedachten sturen met het 5G-model Intrinsieke en extrinsieke motivatie De SWOT-analyse Leerdoelen stellen vanuit de SWOT-analyse Cirkel van invloed en betrokkenheid

90 Kwaliteiten en vaardigheden Topsporters of muzikanten laten hun talenten er zo makkelijk uitzien, alsof het vanzelf gaat. Maar wat je niet ziet, is hoeveel tijd en energie erachter zit. Elke dag oefenen, fouten maken, opnieuw proberen. Niet omdat het moet, maar omdat ze het leuk vinden om beter te worden. Dat plezier en die passie helpen hen vol te houden, juist als het moeilijk is. Bij leren werkt dat precies hetzelfde. Je hoeft geen topsporter of artiest te zijn om ergens goed in te worden. Ook jij hebt dingen die vanzelf goed gaan en dingen die je kunt leren door te oefenen. Eigenschappen die bij jou horen, noemen we kwaliteiten. Hoe goed ken jij jezelf? Weet jij waar je goed in bent en wat je nog lastig vindt? Soms weet je dat meteen, maar vaak ontdek je het pas als iets lukt of juist als iets tegenvalt. Ook bij leren speelt dat een grote rol. Het ene vak gaat vanzelf, het andere kost meer moeite. Dat heeft niet alleen met slim zijn te maken, maar vooral met hoe jij leert. In dit hoofdstuk ontdek je wat jou helpt om beter te leren. Je kijkt naar wat jouw sterke kanten zijn, hoe je nieuwe dingen aanpakt en wat je kunt doen als iets niet lukt. Je leert over kwaliteiten, vaardigheden en talent, maar ook over gedachten die je kunnen helpen of juist tegenwerken. Als je dat beter begrijpt, wordt leren niet alleen makkelijker, maar ook leuker. Want wie zichzelf kent, weet hoe hij verder kan groeien.

94 Mindset Soms heb je een goede dag, je snapt wat de docent uitlegt, je maakt je opdrachten snel af en je voelt je trots. Maar er zijn ook dagen waarop alles tegen lijkt te zitten. Je leest dezelfde zin drie keer, rekent verkeerd of haalt een onvoldoende. Op zulke momenten bepaalt niet het vak of de toets hoe het verder gaat, maar wat jij tegen jezelf zegt. Jouw mindset is de manier waarop je denkt over jouw eigen leervermogen en leerprestaties. Dit bepaalt of je opgeeft of doorzet en of je in staat bent om te kijken naar wat er misging en wat je daarvan kunt leren. De psycholoog Carol Dweck noemt twee manieren van denken: de statische mindset en de groeimindset. Iedereen heeft van allebei iets en dat is precies de bedoeling. De statische mindset Soms wil je gewoon even zekerheid. Je kiest iets wat je goed kunt, want dat voelt fijn. Je houdt van duidelijkheid en structuur en dat helpt om rust te houden. Pas als je gelooft dat iets nooit zal lukken, houdt deze mindset je tegen. De groeimindset Met een groeimindset kijk je anders naar moeilijke taken. Je denkt niet: ‘dit lukt me niet’, maar ‘ik weet nog niet hoe het moet’. Je weet dat leren tijd kost en dat fouten maken daarbij horen. In plaats van jezelf te beoordelen, zoek je uit wat je nodig hebt om beter te worden. STATISCHE MINDSET VERSUS GROEIMINDSET

105 Cirkel van invloed en betrokkenheid Sommige dingen kun je niet veranderen. Een druk rooster, een toets die moeilijk was, of een cijfer dat al gegeven is. Toch kun je veel meer beïnvloeden dan je vaak denkt. De Amerikaanse psycholoog Stephen Covey bedacht een model met twee cirkels: de cirkel van betrokkenheid en de cirkel van invloed. In de buitenste cirkel, de cirkel van betrokkenheid, zitten alle dingen waar je wel over piekert of van baalt, maar waar je niets aan kunt veranderen, bijvoorbeeld het weer, de regels op school of wat een ander van jou vindt. Als je daar te veel energie in steekt, voelt alles zwaar en frustrerend. In de binnenste cirkel, de cirkel van invloed, zitten de dingen waar je wél iets aan kunt doen. Je kunt niet kiezen welke toets je krijgt, maar wel hoe je je voorbereidt. Je kunt niet bepalen wat de docent vraagt, maar wel hoe je antwoordt. Als je je aandacht richt op wat binnen jouw invloed ligt, voelt leren een stuk lichter. Je merkt dat je zelf meer kunt dan je dacht. En hoe vaker je dat doet, hoe groter jouw cirkel van invloed wordt. Denk hier eens over na: → Waar stop jij vandaag je energie in? → In iets waar je niets aan kunt doen, → of in iets dat je wél kunt veranderen?

107 HOOFDSTUK 9 HET BELANG VAN ZELFVERTROUWEN In dit hoofdstuk: Hoe kijk jij naar jezelf? Is jouw glas halfvol of halfleeg? Naar wie wijs jij als je niet blij bent? De invloed van beperkende overtuigingen De kracht van affirmatie Hulp vragen betekent sterk zijn

109 Hoe kijk jij naar jezelf? Hoe jij naar jezelf kijkt, bepaalt hoe je je voelt. Als je vaak denkt dat je iets niet kunt, dan durf je minder snel iets nieuws te proberen. Vertrouw je op jezelf, dan voel je je sterker en lukt er vaak meer dan je dacht. Soms doet één vervelende opmerking meer met jou dan vijf complimenten, zeker als je al twijfelt aan jezelf. Toch begint zelfvertrouwen bij hoe jij met jezelf omgaat. Als jij jezelf de moeite waard vindt, straal je dat ook uit naar anderen. Zelfvertrouwen groeit als je ziet wat goed gaat, zonder te vergeten wat nog beter kan. Niemand is altijd zeker van zichzelf, twijfelen hoort erbij. Het verschil zit in wat je daarna doet. Blijf je hangen in die twijfel of geef je jezelf een nieuwe kans? Is jouw glas half vol of half leeg? Soms kijk je vooral naar wat er mis gaat. Een slecht cijfer, een ruzie, een rotdag. Maar als je alleen dat ziet, lijkt alles snel tegen te zitten. Je kunt ook proberen anders te kijken. → Wat ging er wel goed vandaag? → Wie was aardig tegen je? → Waar heb je om gelachen? Niemand heeft een perfect leven. Iedereen maakt dingen mee die lastig zijn, maar hoe je ernaar kijkt, bepaalt hoe zwaar het voelt. Sommige dingen kun je niet veranderen, zoals ziekte of slecht weer. Toch kun je altijd iets doen om het lichter te maken, een klein gebaar, een goed gesprek, even lachen. Probeer dit eens: Denk aan één ding dat vandaag tegenzat en één ding dat goed voelde. Waar kies jij om naar te kijken? Als je leert om ook de kleine dingen te waarderen, voelt je glas steeds vaker half vol.

Dit theorieboek is onderdeel van de all-in one mentormethode Studielift123. Met behulp van dit boek ga je tijdens de mentorlessen ontdekken hoe je: 2 tot 4 keer sneller en meer gefocust kunt lezen. Meer en makkelijker kunt onthouden. Je huiswerk beter kunt plannen en organiseren. Slim kunt samenvatten met mindmaps en andere leertechnieken. Invloed uit kunt oefenen op jouw leerhouding en leergedrag. Een groeimindset en intrinsieke motivatie kunt ontwikkelen. Hoe beter je iets kunt, hoe leuker jij het gaat vinden! Dat geldt dus ook voor plannen, organiseren, maken en leren van je huiswerk. Ik wens je heel veel plezier en succes met Studielift123. Annemieke Groeneveld www.studielift.nl 9 789083 611303 ISBN 978-9-08361-130-3

RkJQdWJsaXNoZXIy Mjc3MDc=